woordenlijst

Afasie:

Iemand die taal niet goed meer begrijpt, woorden niet meer kan vinden of niet meer zo goed kan zeggen wat hij wil. Ook kan iemand vaak niet meer goed lezen of schrijven.

Ambulante begleider:

Deze hulpverlening is onder andere bedoeld om scholieren met een leerlinggebonden financiering binnen het primair, voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs te steunen bij moeilijkheden binnen school.


Cognitief:

Het denkvermogen: Je neemt infomatie in je op.

Didactisch:

Het aanleren van lesstof aan leerlingen.

Fijne motoriek:

Het gebruik van de kleine spieren in je handen. Fijne motorische handelingen zoals schrijven, knippen en kleien.

Geheugen:

Daar haal je belangrijke informatie vandaan. In je hersenen zoals; opslaan van woorden, ophalen van cijfers, vaardigheden en ervaringen.

Grove motoriek:

Is het vermogen om te bewegen, bijvoorbeeld lopen, zwemmen, zagen. Vaak maar niet altijd betreft het hier bewegingen die grotendeels automatisch verlopen.

Handelingsplan:

Als uw kind een indicatie voor leerling gebonden financiering (lgf of rugzak) heeft, stelt de school een handelingsplan op. Hierin is de begeleiding van uw kind vastgelegd. Ook voor leerlingen in het speciaal onderwijs stelt de school een handelingsplan op.

Intonatie:

De toonhoogte die tijdens de spraak door "stembuiging" wordt verkregen. Met intonatie kan vaak de betekenis van een zin worden benadrukt of verduidelijkt.

Intern begleider:

De interne begeleider is verantwoordelijk voor de leerlingenzorg, na- en bijscholing van het team, gestalte geven aan de onderwijsvisie en het uitzetten van lijnen met betrekking tot de pedagogische en didactische aanpak binnen de school.

IQ:

intelligentiemeting, een getal om intelligentie uit te drukken.

Logopedist:

Helpt mensen die spraak-, stem- of slikproblemen hebben. Maar je werkt ook voor mensen met een taal- of gehoorstoornis.

Linguist:

academisch geschoolde taalkundigen die zich gespecialiseerd hebben in taalstoornissen bij kinderen en volwassenen. 

NAH:

Niet aangeboren hersenletsel, is een verzamelnaam voor alle letsels aan de hersenen die ontstaan zijn na de geboorte. 

Neuropsychologie:

Is de psychologie die zich bezighoudt met de functies van het brein en de relatie daarvan met gedrag.

Nonverbaal:

Vertellen met lichaamstaal, mimiek en gebaren.

Pedagogiek:

Is de wetenschap van de ontwikkeling/opvoeding van een kind tot aan zijn volwassenheid.

Psychotherapie:

Psychotherapie is een vorm van psychische hulp die kan helpen als mensen psychische klachten of problemen hebben die zij niet zelf kunnen oplossen.

Revalidatiearts:

Medisch specialist die mensen met beperkingen in het functioneren ten gevolge van een aandoening of ongeluk begeleidt.

Rugzak:

De 'Rugzak' heet officieel 'leerlinggebonden financiering' (lgf). Deze financiering is mogelijk dankzij de wet op de leerlinggebonden financiering. Deze wet maakt het mogelijk dat ouders van een kind met een beperking kunnen kiezen tussen:

  1. een reguliere (gewone) school met leerlinggebonden financiering (Rugzakje)
  2. of een school voor speciaal onderwijs.


Speltherapie:

is een vorm van psychotherapie voor kinderen waarbij het spel gebruikt wordt om een kind vooruit te helpen.

Tremor:

Het schudden van lichaamsdelen, zonder dat je er iets aan kan doen. Dit wordt veroorzaakt door een beschadiging in een hersengedeelte.

Verbaal:

Wat je zegt met woorden.

Visueel:

Vanuit de visus , dit is het gezichtsvermogen, het zien. Iets visueel maken is dus het ondersteunen met foto’s of plaatjes.

Ga naar boven