Tips in de klas

Heb je als leerkracht een kind met Nah in je klas of vermoed je dit aan de hand van observatie,  dan willen we graag  jullie tips ontvangen en geven.

We willen graag tips voor in de klas bundelen. Alle tips die een leerkracht kan toepassen in de klas zijn welkom. Op deze pagina zetten we de tips op een rij. Wil je beargumenteren waarom jij jouw tip of tool zo goed vindt, laat dan je bericht achter op onze forum pagina zodat we van elkaar kunnen leren. Heb je vragen over de hieronder beschreven tips, dan kun je contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  

Tips & Tools:

  1. Stimuleer de sterke kanten van het kind
  2. Zorg voor rust en stilte in de klas
  3. Geef een plekje in de klas waar zo weinig mogelijk afleiding is.
  4. Houdt een tafel zo leeg mogelijk.
  5. Zorg dat werkbladen/schoolbord niet te vol is.
  6. Copieer volle werkbladen gedeeltelijk.
  7. Probeer overprikkeling te voorkomen door regelmatig het kind apart te laten werken of iets voor zichzelf te laten doen op een rustige plek in de klas, niet in een groepje.
  8. Zet rustige medeleerlingen naast het kind (aan het tafelgroepje).
  9. Let op dat er in vrije speeltijd niet teveel prikkels zijn, laat het kind bijvoorbeeld in een 1 op 1 situatie spelen in een andere ruimte.
  10. Houdt met activiteiten zoveel mogelijk rekening met het tijdstip van de dag ivm vermoeidheidsverschijnselen.
  11. Wissel regelmatig in en ontspanning af. (zo voorkom je overpikkeling of een vol hoofd).
  12. Breng structuur aan in de leerstof dmv dagtaak, pictobord/blad (visiualiseren).
  13. Geef tussentijdse instructie of herhaal de opdracht (voor kinderen met geheugenproblemen is automatiseren belangrijk).
  14. Beperk de keuze mogelijkheden. Voorbeeld: als je klaar bent mag je tekenen of computeren ( voorkom keuzevrijheid dit geeft overprikkeling voor kinderen die moeite hebben met plannen, structureren).
  15. Geef het kind regelmatig complimenten in wat het goed doet (zo voorkom je frustratie in wat ze tegen komen van wat er niet meer goed gaat).
  16. Zoek regelmatig oogcontact en let op lichaamstaal (kinderen die het moeilijk vinden verbaal zich te uiten, geven vaak aan in lichaamstaal dat ze zich niet fijn voelen etc).
  17. Spreek tijdens instructiemomenten in korte duidelijke zinnen ( kinderen met trage informatie verwerking vangen dit beter op dan in hele lange zinnen).
  18. Voor kinderen met afasie: Maak tijdens instructiemomenten gebruik van visualisatie door: gebaren, lichaamstaal, bord en materiaalgebruik.
  19. Houdt rekening met een maximale concetratie van 15 minuten (bij zelfstandig werken) in de onderbouw van het basisonderwijs in een rustige klas.
  20. Sta regelmatig een motorische activiteit toe. Lopen van je stoel, overgooien van een bal, kleien, mandalakleurplaat kleuren, touwtje springen ( zo gooit een kind de eventuele overprikkeling, vol hoofd over boord).
  21. Ga pas over naar andere leermethodes als het geleerde geautomatiseerd is.
  22. Bij cito's toetsen kun je gebruik maken van een zuurbal. Zuur + zuigen stimuleert het organisatieproces binnen de hersenen zodat er een betere concentratie mogelijk is.
  23. Geef meer tijd bij cito's en toetsen en bied deze toetsen 1 op 1 aan.
  24. Maak gebruik van ezelsbruggetjes. Bijvoorbeeld een dobbelsteen. Bij rood zit mijn hoofd vol, groen gaat het goed. Zo hoeft een kind verbaal niet steeds uitleg te geven.
  25. Werk met een pictoagenda.
  26. Plan elke week aan het einde van de week een vijf minuten gesprekje in met de ouders/verzorgers. Hoe ging het wat viel op etc.
  27. Werk met een overdrachtschriftje. Zo blijf je als leerkracht op de hoogte van wat er zich thuis afspeelt en de ouders/verzorgers op school.  
  28. Negeer emoties van het kind niet! ( Het kind kan moeite hebben met de wisseling van emoties door NAH).
  29. Laat het kind voorin de klas zitten maar niet naast de leerkracht (voorin de klas wordt het kind niet afgeleid. In de buurt van de leerkracht komen vaak kinderen voor uitleg vragen etc. dat verstoort de rust).
  30. Geef het kind naast het gelezen boek ook het audioboek. Zo leert het kind meelezen of het verhaal automatiseren.
  31. Als het teveel inspanning kost, lees het kind dan de leesinstructie voor.
  32. Verminder het aantal opdrachten of sommen etc. Het is meer van belang dat het kind de lesstof  begrijpt dan de hoeveelheid.
  33. Gebruik eventueel een koptelefoon in de klas om het geluid te dempen.

 

 

Ga naar boven