Hoe herken je NAH

Hersenletsel heeft bij elk kind  een andere uitkomst. Het ene kind heeft veel last van alle prikkels om zich heen, kan deze moeilijk verwerken. Het andere kind heeft meer last  van vergeetachtigheid of heeft woordvindingsproblemen. Toch zie je  bij kinderen in dezelfde leeftijd wel veel overeenkomsten wat betreft NAH.

Hieronder hebben we verschillende ontwikkelingsgebieden op een rij gezet

Spreken en taalvaardigheden

Communicatie omvat het spreken en begrijpen van gesproken taal, maar ook niet gesproken (non-verbale) taal als gebaren, intonatie, geschreven tekst en lichaamstaal.

Bij kinderen met NAH kom je problemen tegen bij het begrijpen van gesproken taal. Het kind kan moeite hebben met het richten van de aandacht en het volgen van een gesprekje.

Het woordbegrip kan verminderd zijn of het begrijpen van taalregels kan problemen opleveren. Ook kunnen kinderen minder in staat zijn om lichaamstaal, gebaren en intonatie te signaleren en juist te interpreteren.

Motorische problemen als gevolg van een NAH kunnen ook zorgen voor problemen tijdens de communicatie door het niet juist kunnen inschakelen en gebruiken van spieren die nodig zijn om te kunnen praten.


Geheugen/aanleren van nieuwe informatie

Kinderen met NAH hebben problemen met het opslaan van nieuwe informatie.

Het ligt aan de leeftijd van het kind welke vaardigheden al opgeslagen zijn in verschillende gebieden van de hersenen. Deze vaardigheden komen na NAH  vaak snel terug.  Het probleem ligt bij kinderen met NAH vaak in het opslaan van nieuwe informatie. Het ligt er  maar net aan welk gebied van de hersenen beschadigd is. Zijn dat de cruciale gebieden dan is het heel lastig om nieuwe informatie te onthouden. 

Zien, horen, ruiken, voelen, proeven

Kinderen met NAH kunnen overgevoelig zijn voor geluid, warmte/kou,  licht/donker, geuren en smaak.

Het waarnemen en verwerken van prikkels kan verstoord zijn waardoor het  bijvoorbeeld zo kan zijn dat licht heel heftig bij een kind binnen komt.  Het kind kan zich dan minder goed concentreren. Geluiden kunnen harder binnenkomen of minder goed van elkaar onderscheiden worden, het kind heeft hier last van omdat het zich hierdoor minder goed kan focussen op waar het mee bezig is. Soms kan een kind  bepaalde kledingstukken niet goed meer verdragen zoals wol of labeltjes in de kleding. Smaak kan veranderd zijn waardoor eten flauw en vies smaakt. 

Kinderen met NAH zijn ook sneller vermoeid. Deze vermoeidheid kan lang aanhouden en beïnvloedt alles wat het kind wil doen, zoals sporten en naar school gaan. Naast vermoeidheid komen ook verstoorde slaappatronen en hoofdpijn of een “vol “hoofd hebben veel voor.

Beweging

Kinderen met NAH kunnen problemen hebben met  grove en fijne motorische bewegingen.

Er wordt over 2 soorten motoriek gesproken, namelijk de grove en fijne motoriek. Bij de grove motoriek, gaat het om de grote, grove bewegingen die je met je lijf maakt. Dit betekent bijvoorbeeld lopen, fietsen, balanceren, maar ook het gewoon met de armen gecontroleerd bewegen. De fijne motoriek bestaat uit meer kleinere bewegingen die je met je handen en vingers maakt, bijvoorbeeld bij tekenen en schrijven, maar ook met het oppakken van kleine dingen. 

Kinderen met NAH hebben vaak problemen met  balans,coördinatie en kracht.

Voor de NAH periode lukte het bijvoorbeeld nog om gewoon  een pen op te pakken. Nu  gaat dit niet meer zo makkelijk en moet het kind zich meer focussen op het voorwerp om het op te pakken. . Bij fijnmotorische problemen zie je dat een kind niet meer letters schrijft, maar letters tekent of dat het handschrift moeilijk te lezen is. 

Het is soms moeilijk om het probleem op motorisch vlak te zien. Het komt er weer op neer: wat heeft te maken met NAH en wat met de fase van ontwikkeling. Kinderen kunnnen ook heel goed hun onvermogen verbloemen of compenseren.  Het is belangrijk om goed te kijken wat wel en niet lukt. Als kinderen hier niet goed in worden begeleid, heeft dit gevolgen voor het leren en het aanleren van nieuwe leerstof.  Een kind dat de hele tijd  zelf probeert een motorisch probleem te compenseren raakt vermoeid  en gefrustreerd.

 

Denken en doen

Kinderen met NAH hebben vaak moeite om de wereld om hen heen en zichzelf te organiseren.  

Ze hebben weinig grip op de dingen en kunnen hun eigen gedrag moeilijk plannen. Ze hebben veel structuur nodig. Een kind met Nah vindt het moeilijk om het overzicht te bewaren. Vaak wordt informatie vertraagd verwerkt  en missen ze een deel van de gegeven informatie. Visueel ondersteunen met plaatjes of pictogrammen helpt bijvoorbeeld bij het organiseren van een dagindeling.  


Informatieverwerking/snelheid

Bij kinderen met NAH gaat het verwerken van  informatie die zij ontvangen veel langzamer.

Onze hersenen verwerken alle informatie die op ons afkomt. Pas daarna kunnen we iets met die informatie doen. De snelheid waarmee we de informatie verwerken, bepaalt de snelheid waarmee we handelen. Als gevolg van hersenletsel kan de snelheid lager zijn geworden dan voorheen. Het kan dan bijvoorbeeld veel meer tijd kosten om een boek te lezen of om de tv te volgen. Sommige handelingen eisen een vlot tempo , zoals sporten, het spelen van een computerspel, afwassen of fietsen. Dergelijke handelingen kunnen na een hersenletsel veelr moeite kosten. Het voelt dan alsof niets meer automatisch gaat, dat je overal bij na moet denken. Het is moeilijker om van de ene activiteit over te schakelen naar de andere activiteit.


Vermoeidheid/energie

Een kind met NAH heeft meer energie nodig dan een ander kind zonder NAH om te bewegen, zich vaardigheden eigen te maken, te leren, te bewegen of informatie te verwerken.

Het is heel vermoeiend voor een kind op elke keer weer om te moeten gaan met de beperkingen zoals bijvoorbeeld moeilijk bewegen, tragere informatie verwerking, nadenken, doen, leerproblemen en andere vaardigheden. Voor een kind zonder NAH zijn  veelal activiteiten in het dagelijks leven al vermoeiend. Een kind met NAH bedrijft elke dag topsport. Een kind dat elke dag te maken heeft met topsport en niet voldoende uitrust, kan oververmoeid  of gefrustreerd raken. Het lontje is korter en het heeft eerder last van hoofdpijn en wallen onder de ogen.


Omgang met anderen/sociale relaties en persoonlijke ontwikkeling

Kinderen met NAH kunnen zich anders voelen en daardoor kan het stukje trots op jezelf (eigenwaarde) aangetast worden.

Een kind met NAH kan zijn/haar beperkingen aanvoelen als anders zijn. Dit kan het gevoel van “ik mag zijn hoe ik ben “ aantasten. Zij zien dat andere kinderen wel snel kunnen lezen of lang kunnen doorwerken. Dit kan frustratie met zich meebrengen. Ze kunnen zich gaan afzonderen van de omgeving en zo in een negatieve spiraal belanden. Oudere kinderen kunnen hun toekomstdromen in rook op zien gaan. Een kind kan zijn eigen ik zoals hij/zij was ineens helemaal kwijt zijn. Een kind met NAH zal onder begeleiding naar zijn eigen ik op zoek moeten en het gevoel van  ‘ ik ben  goed zoals ik ben’ helemaal opnieuw moeten gaan uitvinden.


Plannen/uitvoeren/in orde brengen

Kinderen met NAH hebben moeite met moeilijke taken uit te voeren waarbij je moet plannen uitvoeren en alles in orde brengen.

Kinderen met NAH kunnen moeite hebben met het uitvoeren van bijvoorbeeld een werkstuk op school maken. Omdat veel hersengedeeltes met elkaar moeten samenwerken. Als er een bepaald gebied van de hersenen beschadigd is, kan dit een gevolg hebben voor het afmaken van het werkstuk. Een voorbeeld. Er moet een werkstuk op school gemaakt worden. Je mag zelf je onderwerp uitkiezen. Een kind kan het onderwerp in het hoofd hebben maar niet weten wat ze met die gedachte verder moeten doen. Dit geeft frustratie en geen succeservaring.


Samengevat

Mogelijke herkeningspunten bij NAH kunnen zijn

•Hoofpijn
•Snel moe
•concentratie problemen
•duizeligheid
•Snel iets vergeten
•Niet op de juiste woorden kunnen komen (woordvindingsproblemen).
•gevoelig voor licht en of geluid
•Snel vallen, struikelen of dingen omgooien
•Sneller boos, verdrietig
•emoties niet kunnen regelen

 

Ga naar boven